Wie zijn wij?

Al  meer dan 60 jaar is het ‘toneel van het Davidsfonds ‘  niet meer weg te denken uit het Berlaarse theaterleven. Op een paar uitzonderingen na zorgen ze minstens eenmaal per jaar voor een productie. Kort na de oorlog waren de opvoeringen nog uniseks en werden vrouwelijke rollen steevast door mannen gespeeld; dit hoorde zo in een  katholieke vereniging. De oude parochiezaal fungeerde als locatie. Met nostalgie zullen velen nog terugdenken aan het ‘patronaat’ met de engelenbak, de zware fluwelen theaterdoeken, het schilferige plafond en stemmige gekasseide toegangsweggetje. Het repertoire heeft in de loop der tijden een grote evolutie doorgemaakt. Aanvankelijk waren het vooral ‘boerendrams’ en dolle kluchten , maar vooral in de jaren zeventig werd regelmatig Angelsaksisch en eigentijds Nederlandstalig werk opgevoerd.

Willy Janssens was van in den beginne de  drijvende kracht achter het toneel. Hij acteerde , bouwde decors en regisseerde enkele keren. Hij deed tot in het begin van de jaren negentig .

Eind jaren negentig verhuisden de Bercklaerproducties naar het Dolhuis achter het Berlaarse rusthuis. Doordat de zolder uiteraard beperkter is qua ruimte, heeft Bercklaer sindsdien zijn opvoeringsfrequentie moeten opdrijven.

Naast een vaste kern van spelers staan regelmatig nieuwe mensen op het podium.  Als regisseurs staken mensen zoals Jos Feyaerts, Denise Steemans, Willy Vetters, Guy Segers, Suzy Keersmaekers, Fons Weuts, Ria De Haes, François Van Brandt, Marleen Van Dooren, Linde Myncke, Aline Nuyens, de handen uit de mouwen. Met René Verreth en Marc Peeters had Bercklaer tweemaal een regisseur met nationale faam.

Elke productie is een arbeidsintensief proces:  stukken lezen, acteurs ronselen, reservaties, decors bouwen, klank en licht, foyerpersoneel, blokken en repeteren, SABAM tevredenstellen . . .

Bij speciale gelegenheden zoals de jaarmarkt, Tijd voor Creativiteit en andere feestjes voert Bercklaer regelmatig wagenspelen op: ‘de  klute van Nu Noch’, ‘Kasper doet den duvel dansen’, ‘Broeder Ajuin’ . . . of waagt het om een poezie-programma te brengen.